Het laatste nieuws

Waarom een diagnose niet altijd helpt

Het is heel begrijpelijk: als je pijn hebt, wil je weten wat er aan de hand is. Iets dat je kunt benoemen en waar je vervolgens wat mee kunt. Ook binnen de zorg zijn we geneigd op zoek te gaan naar een aanwijsbare oorzaak. Maar wat als die er niet altijd is? En is het altijd wel goed om een label te plakken?

Een diagnose lijkt duidelijkheid te geven, en daarmee ook een bepaalde controle. In de praktijk zijn veel klachten echter niet te herleiden tot één duidelijke beschadiging of aandoening. Rugpijn, schouderpijn of knieklachten zijn vaak 'aspecifiek', dat wil zeggen: er is geen concrete schade zichtbaar, of de klachten zijn niet direct te verklaren vanuit een scan of test.

Laten we een schouderecho als voorbeeld nemen. Met behulp van de echo kunnen we bepaalde structuren, zoals pezen en gewrichtsoppervlakten, in kaart brengen. Aan de hand van de beelden kunnen we specifieke aandoeningen (zoals breuken of peesrupturen) in- of uitsluiten. Stel dat er niet zo een aandoening te zien is, dan wil dat nog niet betekenen dat je géén pijn kunt hebben. Het zegt alleen maar dat er geen letsel of ontstekingsproces aanwezig is. Uit dit onderzoek in combinatie met het vraaggesprek en lichamelijk onderzoek, kunnen we bepaalde conclusies trekken, om een 'werkdiagnose' te krijgen. 

Het lichaam is niet altijd zo zwart-wit

Hoe belangrijk is het dan dat we concluderen dat het gaat om een peesontsteking, een geirriteerde slijmbeurs, of een overbelaste spier? In de praktijk blijkt dit onderscheid nauwelijks van invloed te zijn op het herstel, en ook daarom noemen we dit soort diagnoses a-specifiek. Daar in de plaats van wordt vaak de verzamelterm SAPS gebruikt. Dit staat voor Sub Acromiaal Pijn Syndroom, oftewel: pijn onder het schouderdak. Met andere woorden: we hebben een idee van het mechanisme en de ontstaanswijze, maar hoe of wat specifiek: dat is eigenlijk niet eens van belang.

Dit alles betekent niet dat de pijn tussen de oren zit, maar wel dat het lichaam complex is. Pijn is niet altijd direct gekoppeld aan weefselschade, en herstel is meer dan het 'repareren' van iets kapots. Het gaat er vooral om dat je leert aanvoelen waar de eigen grenzen liggen.

Een label kan je ook beperken

Een diagnose kan helpen om een richting te geven, maar het kan ook tegen je werken. Denk aan termen als 'slijtage', 'scheef bekken' of 'instabiele enkel'. Zulke woorden kunnen angst aanjagen en het idee versterken dat je lichaam kwetsbaar of kapot is. Terwijl je vaak juist sterker kunt worden door geleidelijk weer te gaan bewegen.

We zien regelmatig dat mensen zich gaan identificeren met hun diagnose, ook als deze a-specifiek is. Het is iets wat bij hen hoort, in plaats van iets tijdelijks. Ook dat staat herstel vaak in de weg.

Dat betekent niet dat de pijn tussen de oren zit, maar wel dat het lichaam complex is. Pijn is niet altijd direct gekoppeld aan weefselschade, en herstel is meer dan het ‘repareren’ van iets kapots.

Begrijpen wat er speelt is waardevoller dan het label

In plaats van te focussen op hoe het heet, kijken we liever naar wat er gebeurt:

  • Hoe beweeg je?
  • Hoe reageert je lichaam op belasting?
  • Hoeveel vertrouwen heb je in je lijf?
  • Wat maakt de klacht erger of juist beter?

Als we dat goed begrijpen, kunnen we veel gerichter en effectiever aan herstel werken.

Wat draagt bij aan herstel?

We zijn gewend te denken in termen van onderdelen: als iets kapot is, moet het gemaakt of vervangen worden. Maar het menselijk lichaam werkt niet zo zwart-wit. Herstel draait niet alleen om structuren, maar ook om gedrag, belasting, slaap, stress, voeding en overtuigingen.

Een persoonlijke aanpak is daarom zo belangrijk. Als fysiotherapeut zijn wij specialist op het gebied van het bewegingsapparaat, ons lichaam waar we mee kunnen bewegen. In de laatste jaren zijn we vanuit ons vak steeds meer gaan kijken naar de mens achter de klacht, omdat wetenschappelijke onderzoeken en de ervaring in de praktijk ons leren dat het niet gaat om dat ene onderdeeltje, maar om het geheel. We weten dat aandacht voor het geheel en het geleidelijk op pakken van beweging en activiteiten, in de juiste individueel afgestemde stappen, helpen bij het winnen van vertrouwen en terugdringen van klachten.

Een diagnose kan dus richting geven, maar is niet altijd dé sleutel tot herstel. Bij Fysiotherapie Middelburg - Goes kijken we verder dan het label, en helpen we je om te begrijpen wat je lichaam nodig heeft, zodat je weer met vertrouwen kunt bewegen. Neem contact op om samen aan de slag te gaan!

Van klacht naar kracht: waarom trainen verschil maakt

Bij veel mensen leeft het idee dat bewegen vooral goed is “om in beweging te blijven”. Maar wat als we verder kijken dan dat? Wat als regelmatig trainen (en dan met name krachttraining) niet alleen helpt om klachten te verminderen, maar je ook daadwerkelijk sterker, energieker en zelfverzekerder maakt?

Krachttraining is geen topsport, maar gezondheidszorg

Vaak denken mensen bij krachttraining aan zwetende spierbonken met halters of ingewikkelde apparaten in de sportschool. Maar krachttraining hoeft helemaal niet zo intens of extreem te zijn om effectief te zijn. Sterker nog: 2 keer per week een training doen waarin je de belangrijkste spiergroepen aanspreekt is voor de meeste mensen (zeker boven de 50) precies wat ze nodig hebben.

Wetenschappelijk onderzoek laat keer op keer zien dat krachttraining niet alleen de spieren versterkt, maar ook de botdichtheid verhoogt, het valrisico verlaagt, gewrichtspijn kan verminderen, en bijdraagt aan het reguleren van bloedsuiker en cholesterol. Het heeft dus invloed op de hele gezondheid, niet alleen op ‘de klacht’.

Na een paar weken voel je het verschil

In onze praktijk merken we dat veel mensen zich al na een paar weken fitter en stabieler voelen. Je spieren wennen snel aan de nieuwe prikkel, en met een goede opbouw krijg je vertrouwen terug in bewegen. Zeker voor wie klachten heeft (gehad), is dat vertrouwen een opsteker: je merkt dat je lichaam meer aankan dan je dacht.

Krachttraining maakt je lichaam letterlijk sterker, maar doet ook iets met je hoofd: je voelt meer controle, je beweegt bewuster en kan meer verdragen. Kleine aanpassingen in spierkracht kunnen grote effecten hebben op hoe je je voelt in het dagelijks leven.

De beste tijd om te starten is nú

Vaak horen we mensen zeggen: “Ik wil eerst van de pijn af, daarna ga ik trainen.” In veel gevallen is het trainen juist een deel van de oplossing, waarbij je niet niet pijnvrij hoeft te zijn om te starten. Je kan begeleiding nodig hebben om effectief te starten en vertrouwt te raken met het trainen, maar zodra de basisprincipes duidelijk zijn en je weet wat je moet voelen, kun je zelfstandig verder opbouwen.

Voor wie geen klachten heeft kan krachttraining worden gezien als een investering in zichzelf, in het behoud van zelfstandigheid. In het makkelijker opstaan van de grond, een trap op kunnen met een zware tas, of gewoon het werk kunnen blijven doen zonder pijntjes.

Wij helpen je op weg

In onze praktijk begeleiden we mensen van alle leeftijden die sterker willen worden, met of zonder klachten. Je hoeft geen sporttype te zijn, en ook geen ervaring te hebben. We zorgen samen voor een start die past bij jouw situatie, en bouwen het stap voor stap op.

Wil je zelf ervaren wat trainen voor jou kan doen? Hak de knoop door en ga aan de slag, of laat ons je op weg helpen! Neem contact op voor de mogelijkheden.

Pijn is vervelend, soms zelfs beangstigend. Zeker als het je belemmert in je dagelijks leven of als het telkens terugkeert. Veel mensen denken bij pijn automatisch aan schade of overbelasting, en zoeken daarom rust of een behandeling die het ‘probleem’ oplost. Maar pijn is niet altijd een signaal van iets kapot, en herstel betekent lang niet altijd dat je volledig klachtenvrij moet zijn voordat je weer mag bewegen.

In dit artikel gaan we in op de invloed van gedachten, overtuigingen en gedrag op pijn. Hoe kun je ondanks klachten toch in beweging blijven? Hoe weet je of je lichaam veilig belast kan worden? En wat is de rol van angst, spanning of eerdere ervaringen bij het in stand houden van pijn? We laten zien hoe je door begrip, vertrouwen en geleidelijke opbouw juist vooruitgang kunt boeken, zelfs als de klachten nog niet volledig verdwenen zijn.

Pijn betekent niet altijd schade

Veel mensen denken bij pijn direct aan schade: iets zit vast, is versleten of kapot. Pijn is in de eerste plaats een beschermingsmechanisme van het zenuwstelsel, bedoeld om je te waarschuwen of te remmen. Bij acute pijn, zoals bij het verzwikken van een enkel, neem je vaak automatisch wat meer rust of vermijd je pijnlijke bewegingen, zodat herstel kan optreden. Toch is pijn niet altijd een signaal dat er iets goed mis is in het lichaam, zeker als het al langer aanwezig is. Zo kun je langdurig rugpijn hebben zonder dat er iets te zien is op een scan, en andersom kun je slijtage hebben zonder dat je daar ooit iets van merkt.

Dat klinkt misschien vreemd, maar het is belangrijk om te begrijpen. Als je pijn automatisch koppelt aan schade, is de kans groot dat je bewegingen gaat vermijden uit angst om het erger te maken. Daardoor word je stijver, minder belastbaar en soms zelfs angstiger. Juist dat kan ervoor zorgen dat de pijn blijft hangen of zelfs toeneemt. Je zenuwstelsel raakt als het ware over-alert, en slaat sneller alarm dan nodig is: pijn komt eerder en harder dan nodig binnen.

Pijn wordt ook beïnvloed door je gedachten, eerdere ervaringen en wat je verteld is. Als je ooit gehoord hebt dat je een ‘zwakke rug’ hebt of ‘scheef staat’, dan kan dat beeld blijven hangen, ook als dit niet klopt of inmiddels achterhaald is. Zulke overtuigingen kunnen ervoor zorgen dat je lichaam gevoeliger wordt voor pijnsignalen, zelfs zonder dat er iets aan de hand is.

Hoe we zo’n signaal interpreteren, verschilt per persoon. Neem bijvoorbeeld de situatie waarin het lampje van je brandstoftank aangaat op de snelweg. De één blijft kalm en denkt: “ik kan nog zeker 25 kilometer rijden.” De ander raakt gespannen, zoekt vlot naar het dichtstbijzijnde tankstation en vreest om stil te vallen. Zo werkt het ook met pijn. De ene persoon voelt iets in zijn rug en blijft rustig: “even aankijken, waarschijnlijk niets ernstigs.” De ander schrikt: “help, het schiet erin, dit kan niet goed zijn.” Die stressvolle reactie kan het pijnsysteem juist gevoeliger maken. Als we weten dat stress een negatieve invloed heeft op herstel, op slaap en op ons hele systeem, hoe kunnen we daar dan het beste mee omgaan?

Begrijpen dat pijn niet altijd betekent dat er schade is, kan al rust geven. Door in beweging te blijven en te merken dat je meer kunt dan je dacht, kun je het alarmsysteem van je lichaam opnieuw afstellen. Dit kan een langdurig proces zijn. Kleine, haalbare stappen helpen het vertrouwen terug te winnen. En dat vertrouwen is een krachtig hulpmiddel in herstel.

Waarom klachten blijven hangen

Als pijnklachten langer blijven bestaan, is dat lang niet altijd omdat eventueel beschadigd weefsel nog niet genezen is. Vaak is het lichamelijk herstel allang voltooid, maar is er iets anders wat het herstelproces blokkeert: angst om te bewegen, stress, slechte slaap of het idee dat er nog steeds iets mis is. In dat geval draait het niet meer alleen om het lichamelijke aspect, maar ook om hoe het zenuwstelsel is afgesteld en hoe de fysieke toestand wordt geintrepeteerd.

Chronische pijn (chronisch wil zeggen: langer dan 6 weken aanwezig, níet: vanaf nu voor altijd aanwezig) is dus niet zomaar ‘tussen de oren’, maar wel degelijk echt voelbaar. Tegelijkertijd is het ook beïnvloedbaar. Begrip, geruststelling en stapsgewijze activering kunnen helpen om het pijnsysteem weer in balans te brengen. Dat vraagt om meer dan alleen fysiek behandelen: het vraagt om coaching, uitleg en samen opnieuw durven bewegen.

Hoe herstel wél verder komt

In de praktijk blijkt dat mensen vooral baat hebben bij een actieve benadering van hun klachten. Niet dat passieve behandelingen zoals massage of mobilisatie geen waarde hebben: ze kunnen ondersteunen om ontspanning te bieden, stress te verminderen of beweging makkelijker te maken. Ze vormen alleen zelden de kern van het herstel. Echte verbetering komt meestal wanneer iemand zelf leert omgaan met de klacht en weer vertrouwen krijgt in bewegen.

Herstel vraagt dus om een aanpak waarbij jij als cliënt actief betrokken bent. Niet om alles zelf te moeten doen, maar wel om samen met een behandelaar te onderzoeken: wat speelt er echt? Wat kun je zelf doen, en hoe kunnen we die stappen zo concreet en haalbaar mogelijk maken? Soms zit het in kleine dingen: andere keuzes in je dagelijkse belasting, een beter inzicht in je grenzen of het bewust opbouwen van kracht en conditie.

Wat kun je zelf doen?

Het goede nieuws is dat je meer invloed hebt op je herstel dan je misschien denkt. Juist als je begrijpt hoe pijn werkt en waarom klachten kunnen blijven hangen, kun je ook anders leren omgaan met wat je voelt. Daarmee bedoelen we niet dat je klachten moet negeren, maar wel dat je ze niet groter hoeft te maken dan ze zijn. Pijn mag er zijn, maar het hoeft je niet te remmen in elke beweging die je maakt.

Eenvoudige oefeningen, dagelijkse beweging, beter slapen, stress verminderen en je grenzen leren herkennen zijn vaak waardevoller dan je denkt. En als je ergens over twijfelt: stel vragen. Begrijpen wat er gebeurt, is een belangrijk onderdeel van herstel.

Een goed hersteltraject draait dus niet alleen om wat er in de behandelkamer gebeurt, maar vooral om wat jij daarbuiten weer durft en kunt doen. Door samen te kijken naar wat werkt en waar kansen liggen, ontstaat er ruimte om met vertrouwen stappen vooruit te zetten. Dat is uiteindelijk het doel: dat jij weer zelfstandig en met vertrouwen verder kunt, met of zonder pijn.

Neem contact op en we gaan er samen mee aan de slag!

Bij fysieke klachten zoals nek-, schouder- en rugklachten zoeken veel mensen naar een oplossing in de vorm van behandeling. Binnen de fysiotherapie en andere behandelende disciplines bestaan uiteenlopende verklaringen en technieken. Niet al deze verklaringen zijn even goed wetenschappelijk onderbouwd, en sommige termen kunnen verwarrend of zelfs misleidend zijn. In dit artikel kijken we kritisch naar behandelingen, verwachtingen en de rol van communicatie in het herstelproces.

Zijn behandelingen wel zinvol?

Binnen de genoemde behandelende beroepen worden allerlei termen en verklaringen gegeven voor bijvoorbeeld lage rugpijn. Denk aan uitspraken als een 'scheef bekken' dat gecorrigeerd moet worden. Hoewel dit misschien logisch klinkt, toont geen enkel wetenschappelijk onderzoek een overtuigend verband aan tussen scheefstand en klachten. Bovendien is zo'n scheefstand niet objectief meetbaar en kan geen enkele behandeling dit daadwerkelijk corrigeren. Het krachtenspel dat hierbij komt kijken is simpelweg te groot en de bewegingsmogelijkheden van de betrokken gewrichten zijn te klein. Ons lichaam is sterk en asymmetrieën zijn doorgaans geen directe oorzaak van pijn.

Realistisch blijven kijken naar behandelen

Veel mensen ervaren verbetering na een passieve interventie (zoals massage of mobilisatie). Dit is waardevol, maar de vraag blijft: wat veroorzaakt die verbetering? Mogelijk spelen geruststelling, ontspanning en de natuurlijke pijndemping van het lichaam (zoals de afgifte van endorfines bij massage of manipulatie) een grotere rol dan de correctie zelf. Dit betekent niet dat behandelingen zinloos zijn, maar het is belangrijk om realistische verwachtingen te hebben. Vaak berust een deel van de therapie op het placebo-effect, waarbij een verwachte positieve uitkomst ook zorgt voor een afname van klachten. 

Veel passieve behandelingen bieden slechts kortdurende verlichting en lossen het probleem op de lange termijn niet op. Ze kunnen soms helpen om een vicieuze cirkel van pijn en spanning te doorbreken, maar zonder verandering in belasting en belastbaarheid is de kans groot dat klachten terugkeren. Vandaar dat veel mensen periodiek naar hun behandelaar gaan voor een nieuwe behandeling (of zelfs voor bijvoorbeeld een 'APK', wanneer er op dat moment geen klachten aanwezig zijn).

De rol van placebo en communicatie

Is een placebo-effect dan verkeerd als het helpt? Niet per se. Als een behandeling iemand vertrouwen geeft en motiveert om weer actiever te worden, kan dat een positieve invloed hebben op het herstel. Maar het wordt een probleem als patiënten afhankelijk worden van een behandelaar of bang gemaakt worden voor hun klachten. Subtiele opmerkingen als "je wervel staat geblokkeerd" of "ik voel veel spierknopen" kunnen onbewust negatieve verwachtingen creëren en zo het herstel juist vertragen. Dit is het tegenovergestelde van placebo en wordt het nocebo-effect genoemd. Goede communicatie is essentieel om te kunnen ondersteunen in het herstelproces. 

Taalgebruik en zelfredzaamheid

Woorden doen er dus toe als het aankomt op zorg. Wanneer je klachten ervaart dan heb je het recht om te weten waar je aan toe bent, zonder dat daarbij overbehandeld wordt. In veel gevallen zijn adviezen, eenvoudige oefeningen en tijd voldoende om te herstellen, zonder dat er ingrijpende behandelingen nodig zijn. Pijn betekent niet altijd schade, en het lichaam heeft vaak een sterk herstellend vermogen. De factor tijd is daarbij van groot belang. Sommige processen van herstel hebben nu eenmaal tijd nodig, en helaas bestaat er nu eenmaal geen enkel bewezen effectieve 'quick fix'.

Waarom dit artikel?

Dit artikel is bedoeld om zowel therapeuten als cliënten te helpen kritisch te blijven kijken naar behandelingen, zodat zorg effectief en passend blijft. Fysiotherapie heeft zich ontwikkeld van een beroep dat vooral bestond uit passieve behandelingen naar een vak waarin begeleiding en actieve herstelstrategieën een grote rol spelen. Dit betekent niet dat hands-on technieken absoluut geen waarde hebben, maar wel dat ze vaak slechts een onderdeel zijn van een bredere aanpak en dat ze ook niet altijd nodig zijn.

Fysiotherapeuten beschikken over uitgebreide kennis van het bewegingsapparaat en herstelprocessen. Met die kennis kunnen we samen met jou kijken naar wat jouw lichaam nodig heeft: voor de één is dat advies en begeleiding, voor de ander eerst pijndemping en bewustwording, en voor weer een ander een gericht oefenprogramma om aan te sterken. Dat is de werkelijke meerwaarde van ons vak: het samen begrijpen van jouw klachten en samen een plan maken voor duurzaam herstel.

Sports Motion

Bij Sports Motion willen we ervoor zorgen dat iedereen het maximale uit zijn of haar sportprestaties kan halen. Aan de hand van uitgebreide analyses, zoals de VO2max test met ademgasanalyse en de 3D hardloopanalyse, wordt in kaart gebracht waar jouw verbeterpunten liggen voor jouw training en sport. Op die manier weet je precies in welke zones je zou moeten trainen om jouw sportdoelen te bereiken. Of je nu een ervaren sporter bent die tot het uiterste wilt gaan, of een beginnend sporter die progressie wilt maken zonder daarbij blessures op te lopen, bij ons ben je aan het juiste adres!

VO2 max met ademgasanalyse

In het Sports Motion Lab voeren we inspanningstesten uit aan de hand van een ademgasanalyse. Deze test geldt als de gouden standaard van de inspanningstesten. Tot op het kleinste detail wordt jouw stofwisseling tijdens het sporten in kaart gebracht, waardoor we precies kunnen meten waar jouw krachten en verbeterpunten liggen. 

Op basis van de veranderingen in je hartslag, ademhaling en samenstelling van je ademgassen kunnen we alle belangrijke fysiologische processen in jouw lichaam meten. Denk hierbij aan je VO2max (maximale zuurstofopname), eerste en tweede ventilatoire treshold (ook wel aerobe en anaerobe drempel genoemd), maximale hartslag, ventilatie, ademfrequentie en energieverbruik. 

Het grootste voordeel van de ademgasanalyse ten opzichte van bijvoorbeeld lactaatmetingen is dat het een continue meting betreft in tegenstelling tot losse meetmomenten. Hierdoor kunnen we zeer nauwkeurig registreren op welk moment de belangrijkste fysiologische veranderingen plaatsvinden. Behalve een betere nauwkeurigheid geeft het ook een veel completer beeld, aangezien meerdere fysiologische processen worden gemeten. Op basis hiervan kunnen we een zeer gedetailleerd advies geven welke factoren je kunt verbeteren.

Na de inspanningstest krijgt je de resultaten toegestuurd, inclusief jouw persoonlijke trainingszones en trainingsadvies. Begeleiding door middel van persoonlijke trainingsschema’s op basis van de gemeten waardes behoort hierbij natuurlijk ook tot de mogelijkheden. 

Erwin Sports Motion kf

3D hardloopanalyse

In het Sports Motion Lab kunnen we jouw manier van hardlopen en wandelen analyseren door middel van een 3D loopanalyse. Tijdens de test word je op de loopband gefilmd door 3D camera’s die jouw looppatroon compleet in kaart brengen. Het is belangrijk om te vermelden dat ‘de perfecte looptechniek’ niet bestaat. Iedereen loopt op zijn of haar eigen manier en in ons lab streven we ernaar om juist jouw eigen looppatroon te optimaliseren zonder daarbij te grote veranderingen in de techniek door te voeren. 
Tijdens de 3D loopanalyse krijgen we inzicht in je loopeconomie: op basis van de analyse kunnen we direct zien waar je energie verliest en in hoeverre je efficiënter kunt gaan hardlopen. Door het optimaliseren van de loopefficiëntie zal het hardlopen je minder energie kosten en wordt de impact op het lichaam verminderd.  
Daarnaast krijgen we een overzicht van de symmetrie in jouw loopbeweging en zien we of er sprake is van een disbalans welke met het blote oog vaak niet te zien is. Ook wordt in kaart gebracht waar jouw lichaam de grootste piekbelasting te verduren krijgt en waar je dus het grootste risico op blessures loopt. Door middel van kleine aanpassingen kunnen we dit risico op een blessure drastisch verminderen.
In ons lab is het mogelijk om de analyse op verschillende schoenen uit te voeren en de uitslagen met elkaar te vergelijken. Hierdoor kunnen we direct zien op welke schoen je het meest efficiënt loopt.  

Naast de hardloopanalyse voeren we een fysiek onderzoek uit waarbij we de functionele flexibiliteit, mobiliteit en kracht in kaart brengen. 

Op basis van alle gegevens die we uit de analyses halen, krijg je een zeer gedetailleerd uitslagenrapport mee naar huis, met daarbij advies en oefeningen om jouw eigen looppatroon te optimaliseren. Hierdoor ga je efficiënter lopen en wordt het risico op een blessure drastisch verminderd.  

Afspraak maken

Ben jij er klaar voor om optimaal te kunnen presteren? Maak dan nu een afspraak via 0118 714 714 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Een tenniselleboog, in medische termen bekend als epicondylitis lateralis, is een veelvoorkomende aandoening die pijn en ongemak veroorzaakt aan de buitenkant van de elleboog. Hoewel de naam suggereert dat de aandoening vooral bij tennisspelers voorkomt, kan iedereen die herhaaldelijke arm- en polsbewegingen maakt, te maken krijgen met deze klachten. In dit artikel lees je meer over de oorzaken, gevolgen en opties voor behandeling.

Oorzaken van epicondylitis lateralis

Epicondylitis lateralis, waarbij de term "itis" ontsteking impliceert, is eigenlijk geen ontsteking maar een tendinopathie. Dit betekent dat het gaat om een degeneratieve aandoening van de pezen, in plaats van een ontstekingsproces. De aandoening ontstaat door overbelasting van de spieren en pezen rond de elleboog, met name die van de extensor carpi radialis brevis. Hierdoor ontstaan microscheurtjes, wat resulteert in pijn en verminderde functie van de arm. Deze overbelasting kan het gevolg zijn van repetitieve bewegingen en activiteiten die de onderarmspieren herhaaldelijk aanspannen, zoals het tillen van zware voorwerpen, schilderen, typen of inderdaad tennissen. 

Gevolgen van de aandoening

De belangrijkste symptomen van een tenniselleboog zijn (scherpe) pijn en gevoeligheid aan de buitenkant van de elleboog, die kan uitstralen naar de onderarm en pols. Je kunt door de aandoening ook zwakte ervaren bij het vastgrijpen van objecten of het uitvoeren van handelingen waarbij de onderarm betrokken is. Deze symptomen kunnen je dagelijkse activiteiten belemmeren en de kwaliteit van leven negatief beïnvloeden.

Echografie

Echografie kan een rol van betekenis spelen om een juiste diagnose te kunnen stellen. Het kan worden ingezet om de aanwezigheid van een tenniselleboog te bevestigen of uit te sluiten, evenals om het stadium van de tendinopathie in kaart te brengen. Met behulp van echografie kunnen de mate van peesdegeneratie, eventuele scheurtjes en de aanwezigheid van ontstekingsmarkers worden beoordeeld. Dit kan meer duidelijkheid geven over het te verwachten verloop van de klacht en kan helpen om de juiste aanpak te bepalen. 

Fysiotherapeutische behandeling

Vanuit fysiotherapeutisch oogpunt zijn er diverse behandelingsmogelijkheden voor epicondylitis lateralis, waaronder:

  1. Oefentherapie: Specifieke oefeningen om de kracht en flexibiliteit van de onderarmspieren te verbeteren. Dit kan progressieve spierversterking en rekken omvatten.
  2. Manuele Therapie: Mobilisatie van de gewrichten en zachte weefsels rondom de elleboog om pijn te verlichten en de beweeglijkheid te verbeteren.
  3. Dry Needling: Het gebruik van naalden om triggerpoints in de spieren los te maken, wat pijnverlichting kan bieden.
  4. Shockwave Therapie: Het gebruik van schokgolven om de genezing van weefsels te bevorderen en pijn te verminderen. 
  5. Bracing of Taping: Het gebruik van braces of tape om de belasting op de pezen te verminderen en steun te bieden tijdens activiteiten.

Effectiviteit van behandelingen

Hoewel er veel behandelingen beschikbaar zijn, toont onderzoek aan dat de effectiviteit van deze interventies vaak beperkt is. Veel studies suggereren dat geen enkele behandelmethode significant beter is dan andere bij het versnellen van het herstel. Helaas bestaat er dan ook geen 'quick fix', hoe graag we dit ook zouden willen. Hoewel onderzoeken naar shockwave veelbelovend zijn bij behandeling van diverse peesaandoeningen, is er nog te veel onduidelijkheid omtrent de behandeling bij de tenniselleboog specifiek, om hard te kunnen maken dat deze methode meer effectief is. In de praktijk zien we dat shockwave een rol kan spelen in het doorbreken van de negatieve cirkel van de klachten, maar dat alsnog een goede dosering van belasting nodig is om tot verbetering te komen. Dit onderstreept het belang van geduld en aanpassingen in activiteiten om verdere irritatie van de pezen te voorkomen. Over het algemeen verdwijnen de klachten van een tenniselleboog vanzelf binnen een jaar.

Conclusie

Epicondylitis lateralis is een uitdagende aandoening die een aanzienlijke impact kan hebben op het dagelijks leven wanneer je de klachten hiervan ervaart. Hoewel er diverse fysiotherapeutische behandelingen beschikbaar zijn, is er weinig wetenschappelijk bewijs dat één specifieke methode superieur is. Het belangrijkste aspect van de behandeling is het aanpassen van activiteiten om verdere overbelasting te voorkomen en het geven van voldoende tijd voor herstel. Je kunt erop rekenen dat met geduld en zorgvuldige aanpassing van activiteiten, de symptomen meestal vanzelf verdwijnen binnen een periode van een jaar. De fysiotherapeut kan een rol spelen in het inzichtelijk krijgen van de oorzaken en kan begeleiden in het herstelproces. Twijfel niet om contact op te nemen als je klachten ervaart, dan gaan we samen op zoek naar een passende ondersteuning!

Pagina 2 van 9