Het laatste nieuws

Pijn onder de hiel kan behoorlijk hardnekkig zijn. Vaak begint het met wat stijfheid bij de eerste stappen in de ochtend of na een tijdje zitten. In het begin trekt het na wat lopen nog weg, maar na verloop van tijd kan ook wandelen, staan of sporten steeds vervelender worden.

Deze klachten worden door veel mensen al snel als hielspoor benoemd. Toch is dat niet helemaal hetzelfde als wat er meestal aan de hand is.

Hielspoor en plantaire fasciopathie zijn niet hetzelfde

Onder de voet loopt een sterke peesplaat: de plantaire fascie. Deze helpt onder andere bij het opvangen en doorgeven van krachten tijdens staan, lopen en afzetten.

Bij plantaire fasciopathie is deze structuur gevoelig geworden, meestal rondom de aanhechting aan het hielbeen. De klachten zijn vaak het duidelijkst bij de eerste stappen na rust en na langere periodes van staan of lopen.

Een hielspoor is iets anders. Dat is een benige uitgroei aan het hielbeen die op een röntgenfoto zichtbaar kan zijn. Zo’n hielspoor kan aanwezig zijn zonder dat iemand pijn heeft en hoeft dus niet de oorzaak van de klachten te zijn. Daarom spreken we tegenwoordig liever over plantaire hielpijn of plantaire fasciopathie dan simpelweg over ‘hielspoor’.

hielspoor en plantaire fasciopathie

Eerst begrijpen waardoor de klachten zijn ontstaan

Bij hielklachten beginnen we niet direct met een behandeling. Eerst willen we begrijpen wat er in de periode vóór het ontstaan van de klachten is veranderd.

Is iemand bijvoorbeeld ineens veel meer gaan wandelen? Is het hardloopschema uitgebreid? Is er sprake van langdurig staand werk, ander schoeisel of een combinatie van meerdere factoren? Ook de beweeglijkheid van de enkel, de kracht van de kuit en voet en de reactie op belasting kunnen relevant zijn.

Daarbij maken we onderscheid tussen wat de klacht mogelijk heeft uitgelokt en wat hem nu in stand houdt.

Iemand kan bijvoorbeeld klachten krijgen na een plotselinge toename van wandelbelasting. Wanneer diegene daarna maandenlang nauwelijks meer beweegt, kan juist die verminderde belasting ervoor zorgen dat de voet steeds minder kan verdragen. Dan is nóg meer rust meestal niet de oplossing.

Wat kan echografie toevoegen?

In onze praktijk kunnen we de plantaire fascie met echografie bekijken. Daarbij kunnen we onder andere de dikte, structuur en eventuele veranderingen rondom de aanhechting beoordelen.

Bij mensen met plantaire fasciopathie wordt op echo gemiddeld vaker een verdikte en minder eenduidige structuur van de fascie gezien. Tegelijkertijd weten we ook dat dergelijke afwijkingen soms voorkomen bij mensen zonder klachten. Een echo moet daarom altijd worden geïnterpreteerd samen met het klachtenverhaal en lichamelijk onderzoek.

Echografie kan dus helpen om het beeld compleet te maken of andere oorzaken uit te sluiten, maar bepaalt niet in zijn eentje welke behandeling nodig is. De huidige richtlijn adviseert beeldvorming vooral wanneer het klachtenbeeld niet duidelijk is of wanneer herstel anders verloopt dan verwacht.

Belasting aanpassen zonder volledig stil te vallen

Een belangrijk onderdeel van de behandeling is het vinden van de juiste balans tussen belasting en belastbaarheid.

Volledig rust houden geeft soms tijdelijk minder pijn, maar maakt de voet niet automatisch beter belastbaar. Aan de andere kant kan steeds doorgaan met dezelfde hoeveelheid wandelen, werken of sporten ervoor zorgen dat de fascie telkens opnieuw te veel prikkels krijgt en blijft hangen in de overbelasting. We zoeken daarom naar een niveau waarop je actief kunt blijven zonder dat de klachten steeds verder oplopen.

Voor de één betekent dat tijdelijk minder kilometers hardlopen. Voor de ander kan het helpen om lange wandelingen op te delen, werkzaamheden anders te verdelen of tijdelijk iets aan het schoeisel te veranderen.

Het doel is niet om pijn koste wat kost te vermijden, maar om de belasting zo te doseren dat herstel én opbouw mogelijk blijven.

Oefenen om weer meer te kunnen verdragen

Daarna willen we de belastbaarheid weer vergroten. Rek- en krachtoefeningen kunnen daarbij helpen. De huidige richtlijn adviseert onder andere specifieke rekoefeningen voor de plantaire fascie en kuit, gecombineerd met krachttraining van de voet- en enkelmusculatuur.

Ook progressieve krachttraining is onderzocht. In een gerandomiseerde studie gaf een programma met zware, langzaam uitgevoerde kuitheffingen na drie maanden betere resultaten dan alleen specifieke rekoefeningen; op langere termijn verdwenen die verschillen weer. Dat ondersteunt vooral het idee dat voldoende belasting en opbouw een belangrijk onderdeel van herstel zijn, niet dat er één ‘magische’ oefening bestaat.

Hoe zwaar, hoe vaak en hoe snel we opbouwen verschilt per persoon. Iemand die na twintig minuten wandelen klachten krijgt, heeft een andere uitgangspositie dan iemand die pas na tien kilometer hardlopen last krijgt.

En shockwave dan?

Shockwave wordt in ons Pees Herstel Centrum regelmatig ingezet bij plantaire fasciopathie. De overweging voor deze therapie hangt af van een aantal factoren, en wordt meestal pas ingezet bij klachten die langere tijd bestaan en onvoldoende reageren op bovenstaande aanpassingen.

Het wetenschappelijke beeld rond shockwave is namelijk genuanceerd. Verschillende onderzoeken laten zien dat het bij een deel van de mensen kan helpen, maar de resultaten zijn niet in alle studies hetzelfde. Een recente meta-analyse vond bijvoorbeeld wel een afname van de dikte van de plantaire fascie, maar geen duidelijk betere pijnvermindering dan andere niet-operatieve behandelingen. Andere reviews laten wel gunstige effecten zien, afhankelijk van het gebruikte protocol en de vergelijking.

Wij zien shockwave daarom niet als een snelle oplossing of vervanging van andere onderdelen van de behandeling. Het kan een aanvullende prikkel zijn bij hardnekkige klachten, terwijl we tegelijkertijd blijven werken aan de factoren die bepalen hoeveel belasting de voet aankan.

Herstel vraagt meestal wat geduld

Plantaire fasciopathie kan lang aanhouden. Dat betekent niet dat er voortdurend nieuwe schade ontstaat, maar wel dat de structuur tijd nodig heeft om zich aan te passen.

Daarom kijken we tijdens het herstel niet alleen naar de vraag: doet het nog pijn?

We kijken ook naar andere veranderingen. Zijn de eerste stappen in de ochtend minder vervelend? Kun je langer staan? Wandel je verder voordat de klachten beginnen? Kun je weer voorzichtig sporten?

Dat zijn allemaal tekenen dat de belastbaarheid toeneemt, ook als de hiel nog niet volledig klachtenvrij is.

Onze aanpak bij hielklachten

In ons Pees Herstel Centrum proberen we eerst een goed beeld te krijgen van het ontstaan van de klachten en de factoren die ze mogelijk in stand houden. Lichamelijk onderzoek en, waar zinvol, echografie helpen ons daarbij.

Van daaruit maken we samen een plan. Dat bestaat meestal uit advies over belasting, gerichte oefentherapie en een geleidelijke opbouw van activiteiten. Bij hardnekkige klachten kunnen we aanvullende behandelopties, zoals shockwave, bespreken.

Het doel is uiteindelijk niet alleen om de hiel minder gevoelig te maken, maar vooral om ervoor te zorgen dat je voet weer voldoende aankan voor de activiteiten die jij belangrijk vindt.

Wil je aan de slag met onze aanpak? Neem dan contact op via het contactformulier.

Wanneer je pijn hebt, dan is het heel normaal dat je daar zo snel mogelijk van af wilt. Je zoekt naar een behandeling die direct verlichting geeft, een oefening die het oplost of een therapeut die 'het even rechtzet'. We leven bovendien in een tijd waarin we gewend zijn geraakt aan snelle oplossingen. Het is dan ook niet vreemd dat we verwachten dat lichamelijke klachten net zo snel opgelost kunnen worden.

Toch werkt het lichaam anders.

Waarom we zo graag een snelle oplossing willen

Pijn vraagt om actie. Dat is een normaal beschermingsmechanisme van ons lichaam. Zodra iets pijn doet, wil ons brein het probleem zo snel mogelijk oplossen. Een behandeling die direct verlichting geeft, voelt daarom prettig. Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal. Je hebt het gevoel dat er iets gebeurt en dat je weer controle krijgt.

Daar komt bij dat een passieve behandeling weinig van je vraagt. Je hoeft zelf niets te veranderen aan je dagelijkse gewoonten, belasting of manier van bewegen. Dat maakt een snelle oplossing aantrekkelijk.

Dat betekent overigens niet dat zulke behandelingen verkeerd zijn. Ze kunnen juist heel waardevol zijn, mits je weet waarvoor je ze inzet.

Wat een behandeling wél kan doen

Behandelingen zoals massage, dry needling of een manipulatie van een gewricht kunnen op korte termijn een positief effect hebben. Veel mensen ervaren minder pijn, meer bewegingsvrijheid of een gevoel van ontspanning.

De afgelopen jaren is door onderzoek steeds duidelijker geworden dat deze effecten waarschijnlijk niet zozeer ontstaan doordat spieren worden "losgemaakt" of gewrichten worden "rechtgezet". Veel waarschijnlijker is dat het zenuwstelsel tijdelijk anders met pijnprikkels omgaat. De gevoeligheid neemt af, waardoor bewegen makkelijker wordt en het vertrouwen toeneemt.

Dat is een waardevol effect, maar meestal is het tijdelijk. En daar moeten we kritisch naar blijven kijken. 

Waarom klachten vaak terugkomen

Stel dat je al maanden schouderklachten hebt. Een behandeling zorgt ervoor dat de pijn tijdelijk afneemt. Dat is natuurlijk prettig, maar de vraag is vervolgens: waardoor ontstonden die klachten eigenlijk?

Als de belastbaarheid van de schouder niet verandert, de spierkracht achterblijft of de belasting die in je dagelijkse dag gevraagd wordt hetzelfde blijft, is de kans groot dat de klachten uiteindelijk terugkomen. Dat betekent niet dat de behandeling niet heeft gewerkt. De behandeling heeft misschien precies gedaan waarvoor hij bedoeld was: de pijn tijdelijk verminderen. Alleen is pijnvermindering niet hetzelfde als herstel.

Herstel kost tijd

Spieren, pezen en banden passen zich niet binnen een paar dagen aan. Dat kost weken tot soms maanden. Kracht neemt slechts geleidelijk toe en peesweefsel verandert langzaam. Ook ons zenuwstelsel heeft tijd nodig om zich aan te passen en prikkels weer 'normaal' te verwerken.

Juist daarom bestaat duurzaam herstel meestal uit meerdere onderdelen:

  • begrijpen waar de klachten vandaan komen;
  • het lichaam weer voldoende belasten;
  • kracht en conditie opbouwen;
  • rekening houden met slaap, stress en herstel;
  • leren omgaan met tijdelijke schommelingen.

Dat vraagt meer tijd dan één behandeling, maar levert op de lange termijn vaak veel meer op.

De rol van een passieve behandeling

Betekent dit dat massage, dry needling of manipulaties geen plaats hebben?

Zeker niet. Soms kan pijn zo aanwezig zijn dat bewegen nauwelijks lukt. Dan kan een passieve behandeling helpen om de pijn tijdelijk te verminderen. Daardoor wordt het makkelijker om weer te bewegen, oefeningen uit te voeren of dagelijkse activiteiten op te pakken.

Op die manier is de behandeling geen einddoel, maar een hulpmiddel om het herstelproces op gang te brengen.

Van afhankelijkheid naar vertrouwen

Een valkuil ontstaat wanneer een behandeling de enige oplossing wordt. Sommige mensen merken dat de klachten steeds terugkomen zodra het effect is uitgewerkt. Dan ontstaat gemakkelijk het gevoel dat je afhankelijk bent van een behandeling of therapeut. Ons doel is juist het tegenovergestelde.

We willen dat je begrijpt wat er in je lichaam gebeurt en dat je zelf weer vertrouwen krijgt in wat je kunt. Dat betekent niet dat je alles alleen moet doen, maar wel dat je stap voor stap leert hoe je invloed kunt uitoefenen op je herstel.

Wat betekent dit voor fysiotherapie?

Bij Fysiotherapie Middelburg - Goes zetten we een behandeling in wanneer die iets toevoegt. Soms is dat een massage, dry needling of een mobilisatie van een gewricht. Maar bijna altijd combineren we dit met uitleg, begeleiding en een plan om je belastbaarheid weer op te bouwen.

Want uiteindelijk is het doel niet dat je je na één behandeling beter voelt. Het doel is dat je over een paar maanden weer kunt doen wat belangrijk voor je is, zonder dat je steeds opnieuw dezelfde klachten krijgt.
Neem contact met ons op zodat we ook samen met jou een plan kunnen maken!

Je bent eindelijk van je klachten af. De rug voelt weer goed, de schouder doet geen pijn meer en sporten gaat weer prima. En dan… een paar weken of maanden later zijn de klachten tóch ineens terug.

Dat kan ontzettend frustrerend zijn. Je hebt misschien het gevoel dat je weer terug bij af bent. Toch betekent een terugkerende klacht niet automatisch dat er iets ernstig mis is of dat je lichaam 'zwak' is. Vaak zit er een andere verklaring achter.

De pijn is weg, maar het herstel is nog niet compleet

Het af laten nemen en verdwijnen van de pijn is voor veel mensen een doel op zich. Dat is begrijpelijk, want pijn is meestal de reden waarom je iets niet meer kunt. Helaas is pijnvrij zijn niet hetzelfde als volledig hersteld zijn.

Klachten kunnen afnemen, terwijl de belastbaarheid van het lichaam nog niet op peil is. Je spieren zijn misschien nog niet zo sterk als voorheen, je conditie is wat afgenomen of je lichaam is nog minder gewend aan bepaalde bewegingen.

Daardoor ontstaat er een risico: je voelt je weer beter en gaat direct terug naar je oude niveau.

Te snel weer voluit

Dit zien we vaak bij sporters, maar ook in het dagelijks leven. De rug voelt beter, dus de hele tuin wordt in één dag aangepakt. De knie doet geen pijn meer, dus er wordt direct weer hardgelopen op het oude tempo. De schouder is rustig, dus alle klussen die zijn blijven liggen worden ingehaald.

Het probleem is dan niet de activiteit zelf, maar de te grote sprong in belasting.

Je lichaam heeft tijd en opbouw nodig om weer op het oude niveau te komen. Als de belasting sneller stijgt dan de belastbaarheid, kunnen klachten opnieuw de kop opsteken.

Het symptoom behandelen is niet altijd genoeg

Het kan zijn dat de pijn is verdwenen, maar dat er nog weinig is veranderd aan de factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de klachten. En dan hebben we het niet over een scheef bekken, een 'slechte' knie of een uitgedroogde fascia.

Mogelijk is de kracht nog niet teruggetraind, is de conditie nog beperkt of is de balans tussen belasting en herstel nog niet optimaal.

Bij veel klachten spelen ook andere factoren een rol:

  • langdurige stress
  • weinig slaap
  • weinig beweging
  • een drukke periode op het werk
  • angst om weer te bewegen

Als deze factoren niet veranderen, is de kans op terugkerende klachten vaak groter.

Het lichaam wordt sterker van de juiste prikkel

Herstel betekent niet alleen dat de pijn verdwijnt. Het betekent ook dat het lichaam weer voldoende belastbaar wordt.

Daarom besteden we bij fysiotherapie vaak aandacht aan:

  • kracht
  • stabiliteit
  • coördinatie
  • conditie
  • vertrouwen in bewegen

Door deze aspecten op te bouwen, vergroot je de buffer van je lichaam. Daardoor kun je meer hebben voordat klachten opnieuw ontstaan. Onderzoek na onderzoek laat zien dat voldoende kracht en belastbaarheid een belangrijke rol spelen bij het verminderen van terugkerende klachten.

Een terugval is geen falen

Een klacht die terugkomt, betekent niet automatisch dat alle vooruitgang verdwenen is. Sterker nog, veel herstelprocessen kennen een schommelend verloop en gaan gepaard met kleine terugvallen. Het belangrijkste is dat je leert begrijpen waarom klachten terugkomen en hoe je daarop kunt reageren. Mensen die hun lichaam goed leren kennen, signalen leren herkennen en weten hoe ze hun belasting kunnen aanpassen, krijgen vaak meer grip op terugkerende klachten.

Hoe voorkom je dan dat klachten blijven terugkomen?

Een paar praktische aandachtspunten:

  • Bouw activiteiten geleidelijk op.
  • Wacht niet alleen tot de pijn weg is, maar werk ook aan belastbaarheid.
  • Blijf bewegen, ook als je je weer goed voelt.
  • Besteed aandacht aan slaap, stress en herstel.
  • Zie een tijdelijke toename van klachten niet direct als een mislukking.

De rol van fysiotherapie

Bij Fysiotherapie Middelburg - Goes kijken we niet alleen naar de klacht van vandaag, maar ook naar de vraag waarom deze steeds terugkomt.

Samen onderzoeken we welke factoren een rol spelen en hoe we je lichaam weer voldoende belastbaar kunnen maken. Niet alleen zodat de pijn verdwijnt, maar vooral zodat je met vertrouwen kunt blijven bewegen en de kans op terugkerende klachten kleiner wordt. Uiteindelijk is het doel niet alleen om van de klacht af te komen, maar ook om beter voorbereid te zijn als het leven weer even wat meer van je vraagt.

Veel mensen schrikken wanneer ze horen dat er sprake is van artrose. Termen als "slijtage", "versleten gewricht" of "bot-op-bot" roepen al snel het beeld op dat het alleen maar achteruit kan gaan. Eigenlijk wel logisch dus dat veel mensen voorzichtiger worden en beweging gaan vermijden.

Toch weten we inmiddels dat dit vaak niet de beste aanpak is. Sterker nog: juist bij artrose is blijven bewegen één van de belangrijkste onderdelen van de behandeling.

Wat is artrose eigenlijk?

Artrose is een verandering van een gewricht die ontstaat naarmate we ouder worden. Het kraakbeen verandert, maar ook het bot, kapsel en de omliggende structuren passen zich aan.

Dat klinkt misschien zorgwekkend, maar deze veranderingen horen voor een groot deel bij het ouder worden. Uit onderzoek weten we dat veel mensen artrose op een scan hebben, zonder dat zij klachten ervaren.

Met andere woorden: artrose en pijn zijn niet automatisch hetzelfde.

Meer slijtage betekent niet automatisch meer pijn

Veel mensen denken dat pijn een directe maat is voor hoeveel slijtage er aanwezig is. In de praktijk blijkt die relatie verrassend zwak.

Sommige mensen hebben duidelijke artrose op een röntgenfoto en functioneren prima. Anderen hebben relatief weinig zichtbare veranderingen, maar ervaren veel klachten.

Dat komt doordat pijn door veel meer factoren wordt beïnvloed dan alleen de staat van een gewricht. Ook slaap, stress, conditie, spierkracht, herstelvermogen en vertrouwen in bewegen spelen een rol.

De valkuil van minder bewegen

Wanneer bewegen pijnlijk wordt, is het logisch dat je het gewricht wat gaat ontzien. Op korte termijn voelt dat natuurlijk prettig, want het scheelt pijn.

Als je echter langdurig minder gaat bewegen, dan gebeuren er ook andere dingen:

  • spierkracht neemt af
  • conditie gaat achteruit
  • gewrichten worden stijver
  • dagelijkse activiteiten kosten meer energie
  • het vertrouwen in bewegen neemt af

Daardoor kan het lijken alsof de artrose erger wordt, terwijl het eigenlijk de belastbaarheid van het lichaam is die verder afneemt.

Waarom bewegen juist helpt

Gewrichten zijn gemaakt om te bewegen. Door te bewegen worden voedingsstoffen die in het gewrichtsvocht zitten verspreidt over alle oppervlaken van het gewricht. Dit smeert letterlijk het gewricht en voedt het kraakbeen. Beweging helpt daarbij ook de spieren sterk te houden. Sterke spieren ondersteunen op hun beurt het gewricht en vangen een deel van de belasting op.

Daarnaast heeft bewegen een positief effect op pijn, conditie, slaap en algehele gezondheid. Dat betekent niet dat je door de pijn heen moet blijven gaan, maar wel dat het vaak beter is om activiteiten aan te passen dan volledig te stoppen.

Krachttraining en artrose

Misschien wel het grootste misverstand rondom artrose is dat krachttraining slecht zou zijn voor een gewricht. Vaak wordt gedacht dat een zware belasting klachten zou verergeren, maar het tegenovergestelde blijkt waar.

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat krachttraining één van de meest effectieve behandelingen is bij artrose van bijvoorbeeld de knie of heup. Door spieren sterker te maken, wordt het gewricht beter ondersteund en nemen pijn en beperkingen vaak af.

Het doel is daarbij niet om zo zwaar mogelijk te trainen, maar om geleidelijk op te bouwen op een manier die past bij jouw situatie.

Wat kun je zelf doen?

Bij artrose zijn een aantal dingen vaak zinvol:

  • blijf dagelijks bewegen
  • wissel belasting en herstel af
  • bouw activiteiten geleidelijk op
  • werk aan spierkracht
  • kijk naar wat je wél kunt doen
  • verwacht geen perfecte dagen, maar vooruitgang over tijd

Kleine stappen maken op de lange termijn vaak een groot verschil.

Wat kan fysiotherapie toevoegen?

In onze praktijk zien we regelmatig mensen die door een diagnose artrose onzeker zijn geworden over bewegen. Vaak is de angst voor verdere slijtage groter dan nodig.

Samen kijken we naar wat jouw lichaam aankan, welke activiteiten belangrijk voor je zijn en hoe we je belastbaarheid weer kunnen vergroten. Dat doen we niet door het gewricht alleen maar te ontzien, maar door het stap voor stap sterker en belastbaarder te maken. We zien namelijk dat mensen hier écht mee opknappen.

Wil je ook actief aan de slag om te kunnen blijven doen wat je het liefste doet? Neem dan contact met ons op via het contactformulier, of bel naar 0118- 714 714 om een afspraak te maken.

Een misstap tijdens het sporten, verkeerd landen na een sprong of simpelweg ongelukkig van de stoep af stappen: een verzwikte enkel komt ontzettend vaak voor. Het ene moment gaat alles nog prima, het volgende moment voel je je voet naar binnen klappen en schiet er een felle pijn door je enkel. Vaak ontstaat er snel zwelling en lopen wordt lastiger.

Maar wanneer is het “gewoon” een verzwikking, en wanneer moet je je zorgen maken?

Moet je een foto laten maken?

Veel mensen vragen zich direct af of er iets gebroken is, mede doordat er vaak een duidelijk 'knap' gevoeld en gehoord kan worden. Gelukkig is er bij de meeste enkelverzwikkingen geen sprake van een breuk. Met behulp van een aantal simpele richtlijnen kunnen we vaak goed inschatten of een röntgenfoto zinvol is.

Een foto is verstandig wanneer je:

  • niet in staat bent om vier stappen te lopen
  • duidelijke pijn hebt bij druk op het onderste deel van kuit- of scheenbeen
  • pijn hebt op het middenvoetsbeentje aan de buitenzijde van de voet
  • pijn hebt midden op de voet

Dit noemen we de Ottawa Ankle Rules. Uit onderzoek blijkt dat hiermee breuken zeer betrouwbaar kunnen worden uitgesloten. In de meeste gevallen gaat het gelukkig om een bandletsel en niet om een breuk. Bij slechts 15% van de verzwikkingen komt een breuk voor, waarbij het dan vaak om een zogenaamde 'avulsiefractuur' gaat: de banden trekken zo hard aan het bot dat een klein stukje bot van het kuitbeen meescheurt.
Blijft er toch twijfel hangen, dan kunnen we met behulp van echografisch onderzoek ter plekke breuken in- of uitsluiten.

Wat gebeurt er eigenlijk bij een verzwikking?

Bij een klassieke enkelverzwikking (een 'inversietrauma') klapt de voet naar binnen. Daarbij rekken of scheuren de banden aan de buitenzijde van de enkel op. Vooral de voorste enkelband (het anterieure talofibulaire ligament) loopt hierbij letsel op. Bij een forse verzwikking kan ook het middelste bandje gescheurd zijn, het calcaneofibulaire ligament.

Dat klinkt vaak heftiger dan het hoeft te zijn. Je kunt namelijk heel goed herstellen van een verzwikking, mits je op de juiste manier belast tijdens het herstel.

3 4 3 enkelinstabiliteit e87cea476f

Rust houden of juist bewegen?

Voorheen kregen mensen vaak het advies om vooral veel rust te houden, te koelen en de enkel niet te belasten. Tegenwoordig kijken we daar genuanceerder naar.

In de eerste dagen kan het verstandig zijn om de enkel tijdelijk wat te ontzien, zeker als lopen nauwelijks gaat. Maar volledig stilhouden is meestal niet nodig, en werkt juist averechts. Het lichaam herstelt beter wanneer je geleidelijk weer beweging en belasting opbouwt binnen de pijngrens. Je geeft daarmee een positieve impuls, waardoor de aanleg van de banden beter gestructureerd en begeleidt worden. 

Ook over ijs en ontstekingsremmers weten we inmiddels meer. Hoewel koelen tijdelijk prettig kan voelen tegen pijn, blijkt uit onderzoek dat het herstel er niet sneller door verloopt. Hetzelfde geldt voor ontstekingsremmers: een ontstekingsreactie is juist onderdeel van het natuurlijke herstelproces van het lichaam en moeten we dan ook niet afremmen.

Waarom goed herstellen belangrijk is

Veel mensen kunnen na een paar weken weer redelijk lopen en sporten, maar toch blijft de enkel daarna gevoelig of instabiel aanvoelen. Dat komt vaak doordat kracht, balans en coördinatie nog niet volledig hersteld zijn.

Juist daarom is een goede opbouw belangrijk. Door de enkel weer gecontroleerd te belasten, leert het lichaam opnieuw omgaan met bewegingen, draaien en onverwachte situaties. 

Wat kun je zelf doen?

De juiste manier van omgang wordt tegenwoordig samengevat volgens de regels: PEACE & LOVE

531719012 1523897415238909 8952210291466229696 n

Bij een enkelverzwikking helpen deze punten vaak goed:

  • Blijf bewegen binnen een acceptabele pijngrens
  • Bouw wandelen en dagelijkse activiteiten rustig op
  • Voorkom complete rust gedurende langere tijd
  • Werk aan kracht en balans wanneer de ergste pijn afneemt
  • Geef het herstel voldoende tijd

Een lichte verzwikking herstelt vaak binnen enkele weken. Bij forsere bandletsels kan dit 12 tot 26 weken in beslag nemen.

Wat kan fysiotherapie toevoegen?

Bij Fysiotherapie Middelburg - Goes begeleiden we regelmatig mensen met enkelklachten, van recreatieve sporters tot fanatieke atleten.

We kijken niet alleen naar de pijn of zwelling, maar vooral naar:

  • stabiliteit
  • kracht
  • coördinatie
  • vertrouwen in bewegen
  • terugkeer naar sport of werk

Samen bouwen we stap voor stap op richting volledig herstel, zodat de kans op terugkerende enkelklachten kleiner wordt.

Twijfel je over je enkelklacht of wil je begeleiding bij het herstel? Neem gerust contact met ons op.

Als je klachten hebt, hoop je vaak op een duidelijk herstel: elke week een beetje beter, tot het uiteindelijk over is. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk werkt het lichaam zelden zo voorspelbaar. Herstel verloopt vaker met ups en downs. De ene dag gaat het beter, de andere dag lijkt het juist weer tegen te vallen. Dat kan frustrerend zijn en zorgt er vaak voor dat mensen gaan twijfelen: doe ik iets verkeerd?

Waarom herstel schommelt

Je lichaam reageert niet alleen op wat je doet, maar ook op alles eromheen. Denk aan slaap, stress, werkdruk, beweging en herstelmomenten. Op een drukke dag na weinig slaap kan dezelfde belasting ineens zwaarder aanvoelen dan op een rustige dag. Dat betekent niet dat er iets misgaat, maar dat je lijf gevoeliger reageert op prikkels.

Een mindere dag betekent geen terugval

Veel mensen schrikken als klachten ineens weer wat toenemen nadat het juist beter ging. Het voelt al snel alsof je terug bij af bent. Toch is dat meestal niet het geval. Een tijdelijke toename van pijn betekent zelden dat er opnieuw schade is ontstaan. Het zegt vaker iets over hoeveel je lichaam op dat moment aankan. Je systeem is wat gevoeliger, maar dat zal zich ook weer herstellen.

Het is belangrijk om dat onderscheid te leren maken en ernaar te handelen. Niet elke slechte dag is een stap achteruit.

De valkuil van te snel ingrijpen

Wanneer klachten toenemen, ontstaat al snel de neiging om in te grijpen. Dat kan betekenen dat je stopt met bewegen of sporten, maar ook dat je activiteiten gaat vermijden of snel opnieuw hulp zoekt. Hoewel dat begrijpelijk is, werkt het niet altijd in je voordeel.

Door te snel in te grijpen, krijgt je lichaam minder kans om zich aan te passen. Dat betekent niet dat je klachten moet negeren, maar wel dat het helpt om eerst te observeren: wat gebeurt er en herstelt het ook weer?

Niet elke toename vraagt om directe actie. Het kan ook een normale reactie zijn op belasting, die zich vanzelf weer herstelt.

Hoe ga je hier praktisch mee om?

Het helpt om niet te veel te focussen op één dag, maar te kijken naar het grotere geheel.

  • Kijk naar de trend over meerdere dagen of weken
  • Blijf bewegen binnen een acceptabele pijngrens
  • Gebruik de 24-uurs regel: hoe reageert je lichaam de dag erna?
  • Pas iets aan als het nodig is, maar voorkom grote schommelingen in belasting

Door kleine aanpassingen te maken, blijf je in beweging zonder te forceren. Houd er daarnaast rekening mee dat herstel al gauw zo’n zes weken in beslag kan nemen.

Herstel is vooruitgang over tijd

Herstel gaat niet alleen over minder pijn, maar ook over wat je weer kunt. Misschien kun je weer wat langer wandelen, beter slapen of dagelijkse activiteiten makkelijker uitvoeren. Dat zijn belangrijke signalen van vooruitgang, ook als je af en toe nog iets voelt. De bandbreedte van wat je kunt doen neemt op die manier toe.

Door daarop te letten, verschuift de focus van “pijnvrij zijn” naar “weer kunnen doen wat belangrijk is”.

5f1c54ab 9631 4713 a8bb d32f8ac6d6ff

Pagina 1 van 10