Pijn onder de hiel kan behoorlijk hardnekkig zijn. Vaak begint het met wat stijfheid bij de eerste stappen in de ochtend of na een tijdje zitten. In het begin trekt het na wat lopen nog weg, maar na verloop van tijd kan ook wandelen, staan of sporten steeds vervelender worden.
Deze klachten worden door veel mensen al snel als hielspoor benoemd. Toch is dat niet helemaal hetzelfde als wat er meestal aan de hand is.
Hielspoor en plantaire fasciopathie zijn niet hetzelfde
Onder de voet loopt een sterke peesplaat: de plantaire fascie. Deze helpt onder andere bij het opvangen en doorgeven van krachten tijdens staan, lopen en afzetten.
Bij plantaire fasciopathie is deze structuur gevoelig geworden, meestal rondom de aanhechting aan het hielbeen. De klachten zijn vaak het duidelijkst bij de eerste stappen na rust en na langere periodes van staan of lopen.
Een hielspoor is iets anders. Dat is een benige uitgroei aan het hielbeen die op een röntgenfoto zichtbaar kan zijn. Zo’n hielspoor kan aanwezig zijn zonder dat iemand pijn heeft en hoeft dus niet de oorzaak van de klachten te zijn. Daarom spreken we tegenwoordig liever over plantaire hielpijn of plantaire fasciopathie dan simpelweg over ‘hielspoor’.

Eerst begrijpen waardoor de klachten zijn ontstaan
Bij hielklachten beginnen we niet direct met een behandeling. Eerst willen we begrijpen wat er in de periode vóór het ontstaan van de klachten is veranderd.
Is iemand bijvoorbeeld ineens veel meer gaan wandelen? Is het hardloopschema uitgebreid? Is er sprake van langdurig staand werk, ander schoeisel of een combinatie van meerdere factoren? Ook de beweeglijkheid van de enkel, de kracht van de kuit en voet en de reactie op belasting kunnen relevant zijn.
Daarbij maken we onderscheid tussen wat de klacht mogelijk heeft uitgelokt en wat hem nu in stand houdt.
Iemand kan bijvoorbeeld klachten krijgen na een plotselinge toename van wandelbelasting. Wanneer diegene daarna maandenlang nauwelijks meer beweegt, kan juist die verminderde belasting ervoor zorgen dat de voet steeds minder kan verdragen. Dan is nóg meer rust meestal niet de oplossing.
Wat kan echografie toevoegen?
In onze praktijk kunnen we de plantaire fascie met echografie bekijken. Daarbij kunnen we onder andere de dikte, structuur en eventuele veranderingen rondom de aanhechting beoordelen.
Bij mensen met plantaire fasciopathie wordt op echo gemiddeld vaker een verdikte en minder eenduidige structuur van de fascie gezien. Tegelijkertijd weten we ook dat dergelijke afwijkingen soms voorkomen bij mensen zonder klachten. Een echo moet daarom altijd worden geïnterpreteerd samen met het klachtenverhaal en lichamelijk onderzoek.
Echografie kan dus helpen om het beeld compleet te maken of andere oorzaken uit te sluiten, maar bepaalt niet in zijn eentje welke behandeling nodig is. De huidige richtlijn adviseert beeldvorming vooral wanneer het klachtenbeeld niet duidelijk is of wanneer herstel anders verloopt dan verwacht.
Belasting aanpassen zonder volledig stil te vallen
Een belangrijk onderdeel van de behandeling is het vinden van de juiste balans tussen belasting en belastbaarheid.
Volledig rust houden geeft soms tijdelijk minder pijn, maar maakt de voet niet automatisch beter belastbaar. Aan de andere kant kan steeds doorgaan met dezelfde hoeveelheid wandelen, werken of sporten ervoor zorgen dat de fascie telkens opnieuw te veel prikkels krijgt en blijft hangen in de overbelasting. We zoeken daarom naar een niveau waarop je actief kunt blijven zonder dat de klachten steeds verder oplopen.
Voor de één betekent dat tijdelijk minder kilometers hardlopen. Voor de ander kan het helpen om lange wandelingen op te delen, werkzaamheden anders te verdelen of tijdelijk iets aan het schoeisel te veranderen.
Het doel is niet om pijn koste wat kost te vermijden, maar om de belasting zo te doseren dat herstel én opbouw mogelijk blijven.
Oefenen om weer meer te kunnen verdragen
Daarna willen we de belastbaarheid weer vergroten. Rek- en krachtoefeningen kunnen daarbij helpen. De huidige richtlijn adviseert onder andere specifieke rekoefeningen voor de plantaire fascie en kuit, gecombineerd met krachttraining van de voet- en enkelmusculatuur.
Ook progressieve krachttraining is onderzocht. In een gerandomiseerde studie gaf een programma met zware, langzaam uitgevoerde kuitheffingen na drie maanden betere resultaten dan alleen specifieke rekoefeningen; op langere termijn verdwenen die verschillen weer. Dat ondersteunt vooral het idee dat voldoende belasting en opbouw een belangrijk onderdeel van herstel zijn, niet dat er één ‘magische’ oefening bestaat.
Hoe zwaar, hoe vaak en hoe snel we opbouwen verschilt per persoon. Iemand die na twintig minuten wandelen klachten krijgt, heeft een andere uitgangspositie dan iemand die pas na tien kilometer hardlopen last krijgt.
En shockwave dan?
Shockwave wordt in ons Pees Herstel Centrum regelmatig ingezet bij plantaire fasciopathie. De overweging voor deze therapie hangt af van een aantal factoren, en wordt meestal pas ingezet bij klachten die langere tijd bestaan en onvoldoende reageren op bovenstaande aanpassingen.
Het wetenschappelijke beeld rond shockwave is namelijk genuanceerd. Verschillende onderzoeken laten zien dat het bij een deel van de mensen kan helpen, maar de resultaten zijn niet in alle studies hetzelfde. Een recente meta-analyse vond bijvoorbeeld wel een afname van de dikte van de plantaire fascie, maar geen duidelijk betere pijnvermindering dan andere niet-operatieve behandelingen. Andere reviews laten wel gunstige effecten zien, afhankelijk van het gebruikte protocol en de vergelijking.
Wij zien shockwave daarom niet als een snelle oplossing of vervanging van andere onderdelen van de behandeling. Het kan een aanvullende prikkel zijn bij hardnekkige klachten, terwijl we tegelijkertijd blijven werken aan de factoren die bepalen hoeveel belasting de voet aankan.
Herstel vraagt meestal wat geduld
Plantaire fasciopathie kan lang aanhouden. Dat betekent niet dat er voortdurend nieuwe schade ontstaat, maar wel dat de structuur tijd nodig heeft om zich aan te passen.
Daarom kijken we tijdens het herstel niet alleen naar de vraag: doet het nog pijn?
We kijken ook naar andere veranderingen. Zijn de eerste stappen in de ochtend minder vervelend? Kun je langer staan? Wandel je verder voordat de klachten beginnen? Kun je weer voorzichtig sporten?
Dat zijn allemaal tekenen dat de belastbaarheid toeneemt, ook als de hiel nog niet volledig klachtenvrij is.
Onze aanpak bij hielklachten
In ons Pees Herstel Centrum proberen we eerst een goed beeld te krijgen van het ontstaan van de klachten en de factoren die ze mogelijk in stand houden. Lichamelijk onderzoek en, waar zinvol, echografie helpen ons daarbij.
Van daaruit maken we samen een plan. Dat bestaat meestal uit advies over belasting, gerichte oefentherapie en een geleidelijke opbouw van activiteiten. Bij hardnekkige klachten kunnen we aanvullende behandelopties, zoals shockwave, bespreken.
Het doel is uiteindelijk niet alleen om de hiel minder gevoelig te maken, maar vooral om ervoor te zorgen dat je voet weer voldoende aankan voor de activiteiten die jij belangrijk vindt.
Wil je aan de slag met onze aanpak? Neem dan contact op via het contactformulier.